Verplichte verzekeringen
Onderaannemer of zelfstandige? Het verschil voor je verzekeringsplicht
Benoit Keerman · 10 min leestijd · 8 mei 2026Het korte antwoord
De Arbeidsrelatieswet van 27 december 2006 bepaalt vier criteria om echte zelfstandigheid te onderscheiden van schijnzelfstandigheid, waarbij in de bouwsector specifieke vermoedenscriteria gelden wegens het hoge risico op hiërarchische controle. Bij een arbeidsongeval kan Fedris herkwalificatie afdwingen als de onderaannemer in werkelijkheid een werknemer blijkt te zijn, waardoor de hoofdaannemer met terugwerkende kracht als werkgever geldt. Sancties stapelen op: terugvordering RSZ-bijdragen, premies arbeidsongevallen met 50% boete van Fedris en fiscale herziening. Bescherming start bij een schriftelijke onderaannemingsovereenkomst met duidelijke afbakening van zelfstandigheid, eigen materiaal en eigen risico.
In dit artikel

1. Waarom dit onderwerp meer is dan een definitiekwestie
In de bouwsector is werken met onderaannemers structureel. Een hoofdaannemer huurt een dakwerker in voor een specifieke werf, een metser doet de fundering voor een collega-aannemer, een schrijnwerker plaatst de ramen op verschillende werven van verschillende opdrachtgevers. Dat zijn klassieke onderaannemingsrelaties.
Het probleem ontstaat wanneer de relatie te dicht bij een werkgever-werknemer-verhouding staat. Dezelfde “onderaannemer” werkt al jaren exclusief voor één opdrachtgever, krijgt elke ochtend werforders, gebruikt het materieel van de hoofdaannemer en heeft geen eigen klanten. Juridisch lijkt dat een werknemer, ongeacht wat het contract zegt.
Wanneer dit fout loopt, gebeurt het zelden tijdens rustige periodes. Het komt aan het licht bij een arbeidsongeval of bij een sociale inspectie. En dan zijn de gevolgen niet beperkt tot een waarschuwing.
2. De vier criteria uit de Arbeidsrelatieswet
De Arbeidsrelatieswet van 27 december 2006 bepaalt of een arbeidsrelatie zelfstandig of als werknemer kwalificeert. Vier algemene criteria gelden voor alle sectoren.
Criterium 1: de wil van de partijen
Het schriftelijke contract en de feitelijke afspraak weergeven dat de partijen een zelfstandige relatie wilden. Maar de wil van de partijen is niet doorslaggevend als de drie andere criteria erop wijzen dat er feitelijk gezagsrelatie is. Een contract dat “onderaanneming” zegt maar in de praktijk werknemerschap regelt, weegt juridisch niet door.
Criterium 2: vrijheid van organisatie van het werk
De onderaannemer bepaalt zelf hoe hij het werk uitvoert: zelf de werkmethode kiezen, zelf de volgorde van taken bepalen, zelf het tempo bepalen. Dat is de kern van zelfstandigheid.
Het tegendeel: de onderaannemer krijgt elke ochtend werforders, moet bepaalde technieken gebruiken op aanwijzen van de opdrachtgever, kan niet weigeren wat hem wordt opgedragen. Dat is gezagsrelatie.
Criterium 3: vrijheid van organisatie van de werktijd
De onderaannemer bepaalt zelf wanneer hij werkt. Hij kan zelf zijn werkuren plannen, zelf vakantie kiezen, zelf beslissen om vandaag of morgen te starten.
Het tegendeel: vaste begin- en eindtijden, prikklok, verlofaanvraag bij de opdrachtgever, vervangingsplicht bij ziekte. Dat is werknemerschap.
Criterium 4: hiërarchische controle
De aanwezigheid of afwezigheid van hiërarchische controle is de zwaarste factor. Worden er werforders gegeven? Wordt het werk gecontroleerd zoals een werkgever zou doen? Wordt er gerapporteerd?
Een opdrachtgever die het resultaat controleert (klopt de muur recht? is het dak waterdicht?), oefent geen gezag uit. Een opdrachtgever die de werkmethode controleert, daginvulling stuurt en personeelszaken regelt, oefent wel gezag uit.
3. De specifieke vermoedenscriteria voor de bouwsector
Naast de algemene Arbeidsrelatieswet gelden in de bouw bijkomende vermoedenscriteria wegens het hoge risico op schijnzelfstandigheid. Deze criteria komen uit de wetgeving op de specifieke aanwijzingen voor de bouw.
| Criterium bouw | Wijst op zelfstandigheid? |
|---|---|
| Werkt voor meerdere opdrachtgevers | Ja, sterk argument |
| Eigen klanten zoeken en bedienen | Ja, sterk argument |
| Eigen materiaal en gereedschap | Ja |
| Financieel risico bij verlies | Ja |
| Mogelijkheid om opdrachten te weigeren | Ja |
| Eigen prijszetting (niet uurloon) | Ja |
| Werkt al jaren bij één opdrachtgever | Nee, sterk tegenindicatie |
| Gebruikt materieel opdrachtgever | Nee |
| Krijgt vast uurloon | Nee |
| Werkt onder werforders en planning | Nee, sterk tegenindicatie |
In een Fedris-onderzoek of bij een sociale inspectie worden deze criteria stuk per stuk afgevinkt op basis van bewijs: facturen, contracten, getuigenissen, planning, betalingsbewijzen. Hoe meer punten in de “zelfstandig”-kolom staan, hoe sterker de zelfstandigheid.
4. Wat gebeurt er bij herkwalificatie?
Wanneer Fedris of de sociale inspectie tot herkwalificatie besluit, worden de gevolgen toegepast vanaf het begin van de arbeidsrelatie, niet vanaf de datum van het onderzoek.
Gevolg 1: aansluitingsplicht arbeidsongevallenverzekering
De hoofdaannemer wordt met terugwerkende kracht beschouwd als werkgever. Hij had moeten aansluiten bij een arbeidsongevallenverzekeraar. Bij gebrek aan aansluiting volgt ambtshalve aansluiting bij Fedris met terugvordering van premies en boete tot 50%.
Voor een onderaannemer-werknemer met €30.000 jaarinkomen over drie jaar relatie, bij een premievoet van 5%: dat zijn drie jaar premies van €1.500, samen €4.500, plus 50% boete = €6.750. Bovenop nog procedurekosten en intresten.
Gevolg 2: terugvordering RSZ-bijdragen
De RSZ vordert de werkgevers- en werknemersbijdragen op het bruto loon over de hele periode terug. Voor de bouwsector zijn dat doorgaans 35% tot 40% van het brutoloon als werkgeversbijdragen, plus de werknemersbijdragen die de werknemer eigenlijk had moeten betalen.
Gevolg 3: arbeidsongeval-aansprakelijkheid
Heeft de “zelfstandige” tijdens de werfperiode een arbeidsongeval gehad waar hij zelf zijn medische kosten droeg? Dan moet die schade alsnog worden uitgekeerd via Fedris of de hoofdaannemer als werkgever. Bij blijvende invaliditeit kan dat over zes of zeven cijfers gaan.
Gevolg 4: fiscale herziening
De “factuur”-betalingen worden geherwaardeerd als brutoloon. De fiscus berekent terug welke bedrijfsvoorheffing had moeten ingehouden zijn, vermeerderd met intresten en mogelijke boetes.
“Bij herkwalificatie van één onderaannemer over drie jaar samenwerking kan de totale rekening voor de hoofdaannemer oplopen tot €40.000 à €80.000 voor RSZ, premies, boetes en fiscale herziening. Plus eventueel arbeidsongevallen-uitkeringen als er ongevallen waren tijdens de periode.”
5. Hoe bescherm je je als hoofdaannemer?
Drie lagen bescherming maken het verschil tussen een gezonde onderaannemingsrelatie en een herkwalificatierisico.
Laag 1: schriftelijke onderaannemingsovereenkomst
Een degelijke onderaannemingsovereenkomst is je eerste verdedigingslijn. Daarin staan minstens:
- Identificatie partijen met BTW-nummers
- Voorwerp van de opdracht per werf, met afgebakend resultaat
- Forfaitaire vergoeding of vaste prijs per werf, niet uurloon
- Vrijheid van werkmethode uitdrukkelijk erkend
- Eigen verzekeringsplicht van de onderaannemer (BA Onderneming, BA-10 indien van toepassing)
- Eigen materiaal of duidelijke regeling bij gebruik werfmaterieel
Een mondelinge afspraak of een eenvoudige bestelbon volstaat niet als bewijs van zelfstandigheid.
Laag 2: feitelijke uitvoering die strookt met het contract
Het contract is niets waard als de feitelijke samenwerking anders verloopt. Concreet:
Stap 1. Controleer de prijszetting: forfait per werf, niet uurloon.
Stap 2. Vermijd dagelijkse werforders en planning. Communicatie verloopt in resultaten en deadlines, niet in dagverdeling.
Stap 3. Laat de onderaannemer eigen materiaal en gereedschap meebrengen. Wanneer materieel van jou gebruikt wordt, factureer huur of voorzie een gebruikersregeling.
Stap 4. Stimuleer andere opdrachtgevers. Een onderaannemer met enkele andere klanten is veiliger dan een exclusieve.
Laag 3: vraag attesten op bij elke onderaannemer
Bij elke nieuwe samenwerking vraag je de onderaannemer:
- Recent ondernemingsnummer (Kruispuntbank Ondernemingen)
- BA Onderneming-attest voor zijn eigen aansprakelijkheid
- BA-10-attest als hij werkt aan gesloten ruwbouw woningen
- Bewijs sociaal statuut zelfstandige (RSVZ-aansluiting)
Een onderaannemer die deze stukken niet kan voorleggen, draagt het risico dat hij feitelijk niet als zelfstandige werkt. In dat geval wordt jouw werf en samenwerking deel van een groter probleem dat je niet wil erven.
“Een schriftelijk contract zonder feitelijke onderbouw houdt geen stand bij Fedris. De rechter kijkt naar wat er werkelijk gebeurde, niet naar wat in het document staat.”
Benoit Keerman, Verzekeringsspecialist Assurman
6. Bescherming voor de onderaannemer zelf
Ook de onderaannemer heeft belang bij echte zelfstandigheid. Wie als zelfstandige factureert maar de facto werknemer is, mist sociale bescherming.
Fout in zicht: een onderaannemer die exclusief voor één opdrachtgever werkt, dezelfde werforders krijgt als een werknemer en geen eigen klanten heeft, krijgt geen werkloosheidsrechten, geen vakantiegeld, geen ziekteverlof zoals een werknemer.
Bij een arbeidsongeval: als zelfstandige draag je je eigen medische kosten, met enkel de RIZIV-tegemoetkoming. Een werknemer zou via de arbeidsongevallenverzekering volledige dekking krijgen plus loonverlies.
In onze praktijk zien we onderaannemers die jaren hebben gewerkt zonder eigen verzekeringsstructuur en bij een ernstig ongeval ontdekken dat ze noch werknemer (geen aansluiting AO-verzekeraar) noch volwaardig zelfstandige (te beperkte VAPZ, geen gewaarborgd inkomen) zijn. Dat is de slechtste van twee werelden.
7. Wat als je vandaag twijfelt?
Drie pragmatische stappen voor wie vandaag denkt dat een onderaannemingsrelatie wankel staat.
Eerst: maak een eerlijke audit van de feitelijke samenwerking. Hoeveel andere klanten? Eigen materiaal? Vaste werforders? Forfaitprijs per werf of uurloon?
Dan: stem het schriftelijk contract af op de werkelijke situatie. Een goed contract beschrijft wat er feitelijk gebeurt en niet wat fiscaal of administratief het mooist staat.
Tot slot: als de relatie feitelijk werknemerschap blijkt, regulariseer het: aansluiting arbeidsongevallenverzekering vanaf nu, RSZ-aanpassing in overleg met je sociaal secretariaat, en eventueel een beschermend gesprek met de “onderaannemer” om de juridische werkelijkheid te erkennen.
Wegkijken werkt zelden. Een Fedris-onderzoek na een arbeidsongeval graaft alles uit, en de vroegtijdige correctie is altijd goedkoper dan de naïeve voortzetting.
Veelgestelde vragen
Antwoorden op de meest gestelde vragen
Conclusie
Onderaannemer of schijnzelfstandige in de bouw is geen administratieve detailkwestie, maar een wezenlijke vraag met directe verzekeringsgevolgen. De Arbeidsrelatieswet van 2006 plus de specifieke bouwcriteria geven een duidelijk kader: meerdere opdrachtgevers, eigen materiaal, eigen klanten, vrije werkmethode en forfaitprijs zijn de pijlers van echte zelfstandigheid. Wie als hoofdaannemer in de grijze zone werkt, bouwt een tijdbom op die bij het eerste arbeidsongeval afgaat.
In onze praktijk zien we de meeste schade niet bij hoofdaannemers met kwade bedoelingen, maar bij wie historisch zo gegroeid is en het risico nooit getoetst heeft. Een eenmalige audit met juridische check kost een paar uur, en kan tienduizenden euro's voorkomen.

Geschreven door
Benoit Keerman
Verzekeringsspecialist bouwsector, zaakvoerder Assurman, vader van 3 en motard in hart en nieren
Benoit Keerman is zaakvoerder van Assurman en al meer dan 20 jaar onafhankelijk verzekeringsmakelaar. Vanuit het kantoor in Beernem begeleidt hij zelfstandigen en KMO's in de bouwsector bij hun BA Onderneming, BA-10, arbeidsongevallen, ABR en wagenpark. Zijn aanpak: eerlijk advies op maat van jouw stiel, geen verrassingen achteraf.
Bijkomende bronnen
Meer relevante onderwerpen
Aansprakelijkheid hulppersonen 2025
Vanaf 1 januari 2025 geldt het nieuwe Boek 6 BW dat de quasi-immuniteit van hulppersonen afschaft: bouwheren…
Arbeidsongevallen: wat is verplicht
De arbeidsongevallenverzekering is verplicht vanaf de eerste werknemer, ook bij deeltijds werk of…
Attesten voor de bouwheer
Het verzekeringsattest moet vóór de start van de werken in het bezit zijn van architect, bouwheer en notaris,…
BA-10: wanneer verplicht
BA-10 is verplicht onder de Wet-Peeters-Borsus van 31 mei 2017 wanneer alle vier voorwaarden tegelijk vervuld…
BA Auto en bedrijfsvoertuigen
BA Auto is verplicht voor elk motorvoertuig dat deelneemt aan het Belgische verkeer op basis van de Wet van 21…
Verplichte verzekeringen bouwsector
Verplichte verzekeringen bouw uitgelegd: arbeidsongevallen, BA-10, BA Auto en aansprakelijkheid. Met cijfers 2026, wetsartikels en sancties bij niet-naleving.