Verplichte verzekeringen
Arbeidsongevallenverzekering: alle wettelijke verplichtingen op een rij
Benoit Keerman · 9 min leestijd · 8 mei 2026Het korte antwoord
De arbeidsongevallenverzekering is verplicht vanaf de eerste werknemer, ook bij deeltijds werk of leerling-werknemers, en de polis moet actief zijn vóór de eerste werkdag. De polis dekt arbeidsongevallen op de werkplek én op de weg van en naar het werk, met een loonplafond van €58.096,10 in 2026. Een arbeidsongeval moet binnen 8 kalenderdagen worden aangegeven bij de verzekeraar, waarbij ernstige gevallen een bijkomende aangifte bij FOD WASO vereisen. Bij niet-aansluiting sluit Fedris de werkgever ambtshalve aan en vordert premies terug met een boete tot 50%.
In dit artikel

1. Wie is wettelijk verplicht een arbeidsongevallenverzekering te hebben?
Elke werkgever met minstens één werknemer in dienst is verplicht een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. De plicht volgt rechtstreeks uit de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, en kent geen drempel: één deeltijdse poetsvrouw acht uur per week valt evengoed onder de plicht als twintig dakwerkers in dienst.
De wet is bewust breed geformuleerd. Onder “werknemer” vallen onder andere:
- Vaste werknemers (voltijds of deeltijds, met arbeidsovereenkomst)
- Leerling-werknemers in alternerend leren of duaal leren
- Stagiairs met een betaalde stageovereenkomst
- Studentenarbeiders die op de werf staan
Wat er niet onder valt: zelfstandigen, onderaannemers met eigen statuut, en interim-krachten (die zijn verzekerd via het uitzendbureau). De grijze zone zit bij onderaannemers waarvan de zelfstandigheid betwistbaar is. Zie daarvoor Onderaannemer of zelfstandige?.
De polis moet er zijn vóór dag één
Een vaak onderschatte regel: de polis moet actief zijn vóór de eerste werkdag van de werknemer, niet erna. Een aannemer die op maandag een nieuwe werknemer laat starten en pas dinsdag belt naar zijn makelaar, zit in een wettelijke leemte. Bij een ongeval op die maandag is hij persoonlijk aansprakelijk.
In onze gratis scans zien we dit terugkomen bij groeiende kmo’s die snel werknemers willen aannemen. Vóór dag één is geen aanbeveling, het is een wettelijke vereiste.
2. Wat dekt de arbeidsongevallenverzekering precies?
De polis dekt drie soorten ongevallen, elk met eigen voorwaarden. De afbakening volgt uit artikel 7 en 8 van de Arbeidsongevallenwet, met aanvullende rechtspraak die de grijze zones invult.
| Type ongeval | Wat is gedekt? |
|---|---|
| Arbeidsongeval (artikel 7) | Plotse gebeurtenis tijdens en door uitvoering van het werk, met letsel als gevolg |
| Weg-werk-ongeval (artikel 8) | Ongeval op de “normale weg” tussen woonplaats en werk, in beide richtingen |
| Beroepsziekte | Ziekte erkend op de lijst van Fedris, ontstaan door beroepsuitoefening |
De “normale weg” bij weg-werk-ongevallen
Het concept normale weg leidt tot de meeste discussies. Het hoeft niet de kortste weg te zijn, wel een redelijk traject zonder grote omwegen. Een dakwerker die onderweg naar de werf zijn kind aan de school afzet, zit volgens vaste rechtspraak nog binnen het normale traject. Stopt hij om te tanken, ook geen probleem. Gaat hij eerst naar de bouwmarkt voor private aankopen, dan is dat een onderbreking en valt het ongeval erna mogelijk niet meer onder de polis.
Voor bouwwerknemers met wisselende werven is het normale woon-werk-traject de woning naar de werf van die dag, niet de woning naar het kantoor. Dat is in 2024 in een arrest van het Hof van Cassatie nogmaals bevestigd.
Wat de polis vergoedt
De vergoeding bestaat uit drie pijlers:
Medische kosten: hospitalisatie, dokters, medicatie, kine, prothesen, aanpassingen aan de woning bij blijvende invaliditeit.
Loonverlies: 90% van het basisloon tijdens de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, tot het wettelijk loonplafond van €58.096,10 in 2026 (Fedris-cijfer). Daarboven heb je een excedent-polis nodig.
Blijvende invaliditeit of overlijden: kapitaal aan slachtoffer of nabestaanden, berekend op basis van invaliditeitspercentage en loon.
3. Aangifteplicht: 8 kalenderdagen, niet werkdagen
Een arbeidsongeval moet binnen 8 kalenderdagen worden aangegeven bij de verzekeraar. Niet 8 werkdagen, niet “zo snel mogelijk”: 8 kalenderdagen, te tellen vanaf de dag van het ongeval. De aangifte gebeurt elektronisch via het portaal van de verzekeraar of via een Multifunctionele Aangifte Sociale Risico’s (MASR).
Te laat aangeven kan zware gevolgen hebben:
- De verzekeraar mag delen van de uitkering weigeren als de late aangifte zijn onderzoek heeft bemoeilijkt.
- De werknemer kan een rechtstreekse vordering instellen tegen de werkgever voor het verschil.
- Bij stelselmatige laattijdigheid kan Fedris controle uitoefenen en sancties opleggen.
Ernstige ongevallen: dubbele aangifte
Bij een ernstig arbeidsongeval komt er bovenop de aangifte aan de verzekeraar een onmiddellijke aangifte aan de FOD WASO (Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg). Een ongeval is “ernstig” volgens het Koninklijk Besluit van 27 maart 1998 als het leidt tot:
- Overlijden
- Blijvende ongeschiktheid
- Tijdelijke ongeschiktheid van 30 dagen of meer
- Hospitalisatie van 24 uur of meer
Bij een ernstig ongeval moet je een onafhankelijke deskundige aanstellen voor een omstandig verslag binnen 10 kalenderdagen. Dat verslag bezorg je aan de inspectie. Wie deze procedure niet volgt, riskeert strafrechtelijke vervolging van de zaakvoerder.
4. Wat als je niet bent aangesloten? De rol van Fedris
Als de RSZ via de aangiften ontdekt dat je werknemers in dienst hebt zonder arbeidsongevallenverzekering, krijgt Fedris signaal en treedt op als ambtshalve verzekeraar. Fedris is het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s, dat onder andere het vangnet vormt voor onverzekerde werkgevers.
De gevolgen zijn drieledig.
Eerste laag: ambtshalve aansluiting bij een verzekeraar naar keuze van Fedris (niet jouw keuze, vaak duurder). De aansluiting is retroactief tot de datum waarop je de eerste werknemer in dienst nam.
Tweede laag: terugvordering van de premies van de hele niet-verzekerde periode, plus een boete tot 50% bovenop. Voor een werkgever met €200.000 loonmassa en drie jaar ongedekt zit je al snel aan een eindfactuur van €30.000 tot €50.000 alleen voor premies, exclusief boetes.
Derde laag: bij een ongeval in de niet-verzekerde periode betaalt Fedris de uitkering aan de werknemer en recupereert die volledig bij de werkgever. Voor een ernstig letselongeval met blijvende invaliditeit gaat dat over zes cijfers. De zaakvoerder kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld als blijkt dat de niet-aansluiting bewust was, niet enkel administratief vergeten.
Hoe Fedris jou vindt
Fedris werkt niet proactief, maar reactief op signalen. De drie meest voorkomende triggers:
- Aangifte ongeval bij FOD WASO zonder bijbehorende verzekeraar in het systeem
- Klacht van de werknemer of zijn vakbond na ongeval of na ontslag
- Cross-check tussen RSZ-aangiften en verzekeringspolissen door de inspectie sociale wetten
Een aannemer die denkt dat hij onder de radar blijft, vergist zich. De data-uitwisseling tussen RSZ, Fedris en FOD WASO is in 2026 vrijwel volledig geautomatiseerd.
5. Premie in de bouw: hoe wordt ze berekend?
De premie wordt berekend als percentage van de bruto jaarloonmassa van het verzekerde personeel. Het percentage hangt af van:
- De NACEBEL-code van de hoofdactiviteit
- Het risicoprofiel van de specifieke beroepen (dakwerk vs schilderwerk vs binnenafwerking)
- De schadestatistiek van het bedrijf zelf (bonus-malus over meerdere jaren)
- De omvang van het bedrijf (grotere werkgevers hebben vaak betere voorwaarden)
In de bouwsector schommelt de richtwaarde tussen 2,5% en 7% van de loonmassa, afhankelijk van het beroep:
| Beroep | Richtwaarde premievoet |
|---|---|
| Schilder, behanger, vloerlegger | 2,5% tot 4% |
| Schrijnwerker, elektricien, sanitair | 3% tot 5% |
| Algemeen aannemer, metser, betonarbeider | 4% tot 6% |
| Dakwerker, stellingbouwer, kraanmachinist | 5% tot 7% |
Deze cijfers zijn marktrichtwaarden voor 2026 op basis van de polissen die we in onze praktijk zien. Individuele offertes kunnen afwijken op basis van schadehistoriek en preventiebeleid.
De premietaks van 4,13%
Bovenop de nettopremie komt 4,13% premietaks (Belgische assurantietaks). Voor de meeste andere bouwverzekeringen is dat 9,25%, maar voor arbeidsongevallen heeft de wetgever bewust een lagere taks vastgelegd om de polis financieel toegankelijk te houden. Een werkgever met een loonmassa van €300.000 en een premievoet van 5% betaalt dus €15.000 nettopremie + €619,50 taks = €15.619,50 totaal.
“Werkgevers focussen vaak op het premiepercentage en vergeten dat een goede preventiepolitiek over drie jaar de bonus-malus zwaarder weegt dan de initiële offerte. Wie investeert in veiligheidsuitrusting en opleiding, ziet dat terug in zijn premie.”
Benoit Keerman, Verzekeringsspecialist Assurman
6. Het excedent: wat boven het loonplafond valt
Het wettelijk loonplafond in 2026 is €58.096,10 (Fedris). Werknemers die meer verdienen, zijn slechts gedekt tot dat plafond door de basispolis. Het verschil tussen werkelijk loon en plafond noem je het excedent, en daarvoor heb je een aparte excedent-arbeidsongevallenpolis nodig.
Een ervaren bouwleider die €72.000 bruto verdient en blijvend arbeidsongeschikt wordt na een werfongeval, krijgt onder de basispolis een uitkering berekend op €58.096. Het verschil van €13.904 per jaar, gekapitaliseerd over decennia, is volledig voor rekening van de werkgever als die geen excedent-polis heeft.
In de praktijk zien we dat veel kmo’s in de bouw geen excedent-polis hebben, ook niet voor zaakvoerders en kaderleden. Dat is een blinde vlek die in een schadegeval honderdduizenden euro’s kan kosten. Een excedent-polis is geen luxe, maar een verlengstuk van de basispolis voor wie loonkosten boven het plafond heeft.

Veelgestelde vragen
Antwoorden op de meest gestelde vragen
Conclusie
De arbeidsongevallenverzekering is wellicht de strengst gehandhaafde verplichte verzekering in België. Vanaf één werknemer ben je verplicht aangesloten vóór dag één, met aangifte binnen 8 kalenderdagen en sancties tot 50% boete bij niet-aansluiting. Het loonplafond van €58.096,10 in 2026 maakt een excedent-polis bovendien onmisbaar voor wie kaderleden of zaakvoerders aan boord heeft.
In onze gratis scans zien we drie terugkerende gaten: late aansluiting bij een nieuwe aanwerving, ontbrekende excedent voor hoog loon, en geen kennis van de aangifteprocedure bij ernstige ongevallen. Drie gaten die elk afzonderlijk vermijdbaar zijn met een grondige polisreview.

Geschreven door
Benoit Keerman
Verzekeringsspecialist bouwsector, zaakvoerder Assurman, vader van 3 en motard in hart en nieren
Benoit Keerman is zaakvoerder van Assurman en al meer dan 20 jaar onafhankelijk verzekeringsmakelaar. Vanuit het kantoor in Beernem begeleidt hij zelfstandigen en KMO's in de bouwsector bij hun BA Onderneming, BA-10, arbeidsongevallen, ABR en wagenpark. Zijn aanpak: eerlijk advies op maat van jouw stiel, geen verrassingen achteraf.
Bijkomende bronnen
Meer relevante onderwerpen
Attesten voor de bouwheer
Het verzekeringsattest moet vóór de start van de werken in het bezit zijn van architect, bouwheer en notaris,…
BA-10: wanneer verplicht
BA-10 is verplicht onder de Wet-Peeters-Borsus van 31 mei 2017 wanneer alle vier voorwaarden tegelijk vervuld…
Onderaannemer vs zelfstandige
De Arbeidsrelatieswet van 27 december 2006 bepaalt vier criteria om echte zelfstandigheid te onderscheiden van…
BA Auto en bedrijfsvoertuigen
BA Auto is verplicht voor elk motorvoertuig dat deelneemt aan het Belgische verkeer op basis van de Wet van 21…
Wet-Peeters-Borsus uitgelegd
De Wet van 31 mei 2017 (Wet-Peeters-Borsus) verplicht een verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid uit…
Verplichte verzekeringen bouwsector
Verplichte verzekeringen bouw uitgelegd: arbeidsongevallen, BA-10, BA Auto en aansprakelijkheid. Met cijfers 2026, wetsartikels en sancties bij niet-naleving.